Rechtspraak Redactionele analyse
De ontbrekende pagina woog mee bij het behoud van een arbeidsplaats
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraakdatum
- 29 september 2026
- Vindplaats
- ECLI:NL:RBZWB:2026:9396 ↗
Een werkgever mag een onderwijsinstelling anders organiseren. Maar wie daarvoor een arbeidsplaats wil laten vervallen, moet met controleerbare gegevens uitleggen waarom dat nodig is. Op 29 september 2026 wees de kantonrechter in Zeeland-West-Brabant een ontbindingsverzoek af nadat de onderbouwing op meerdere onderdelen niet bleek te kloppen. Een ontbrekende pagina uit een jaarverslag was daarbij geen detail: juist daarop stonden relevante gegevens over liquiditeit en eigen vermogen.
Mr. J.P. Quist vertegenwoordigde de werknemer, wiens expertisegebied volgens de werkgever uit het nieuwe onderwijsprogramma verdween. Het verweer beperkte zich niet tot de stelling dat de werknemer zijn baan wilde behouden. Namens hem werden cijfers, jaarverslagen en onderliggende documenten naast het reorganisatieverhaal gelegd. De rechter kende bovendien de volledige gevraagde buitengerechtelijke kosten toe, omdat het achterhouden en onjuist presenteren van informatie extra controlewerk had veroorzaakt.
Na de UWV-afwijzing bleef de noodzaak ter discussie
De werkgever had eerst toestemming bij het UWV gevraagd om de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen te beëindigen. Dat verzoek was afgewezen. Vervolgens vroeg hij de kantonrechter om ontbinding. De noodzaak werd onderbouwd met dalende studententevredenheid, minder instroom, een onevenwichtige organisatie, toekomstige financiële druk en veranderingen in het hoger onderwijs.
De kantonrechter begon niet met het afwijzen van die beleidsvrijheid. Een werkgever moet zijn organisatie ook voor de langere termijn kunnen inrichten en mag keuzes maken die individuele banen raken. De toetsing verlangt daarom terughoudendheid. Maar terughoudendheid betekent niet dat onderliggende feiten ongecontroleerd blijven.
De bijzondere bijdrage van deze verdediging lag juist in die feitencontrole. Zelfs een verdedigbare beleidskeuze kan onvoldoende grond bieden voor ontslag wanneer niet wordt aangetoond waarom daardoor een arbeidsplaats noodzakelijk moet vervallen. Het besluit om te veranderen en de noodzaak om een bepaalde arbeidsovereenkomst te beëindigen zijn verschillende stappen.
De gepresenteerde daling was geen sterke daling
Volgens de werkgever was de studententevredenheid sterk teruggelopen. De werknemer legde de cijfers van 2023 tot en met 2026 over. Die lagen achtereenvolgens op 3,8, 3,7, 3,8 en 3,8 op een vijfpuntsschaal. De rechter zag daarin een stabiele, bovengemiddelde waardering, geen sterke neergang.
Ook bij de studenteninstroom bleken de gebruikte totalen onvolledig. De werkgever presenteerde aantallen die alleen de najaarsinschrijvingen omvatten, terwijl was verklaard dat ook het voorjaar was meegeteld. Het jaarverslag liet voor meerdere jaren aanvullende voorjaarsinschrijvingen zien. De totale instroom lag daardoor hoger dan het verzoekschrift suggereerde.
Bij uitvalpercentages ontstond een vergelijkbaar probleem. Waar het verzoek ongeveer 22 procent noemde, liet het eigen jaarverslag voor de relevante jaren percentages tussen twee en zeven zien. Een aanpassing op de zitting naar tien procent loste dat verschil niet op. De rechter kwalificeerde het onjuist of onvolledig presenteren van deze gegevens als strijd met artikel 21 Rv.
Een document achteraf verklaarde het oorspronkelijke besluit niet
Ter onderbouwing van het herziene curriculum was een document zonder datum of auteur overgelegd. Na verweer van de werknemer bleek ter zitting dat dit document pas na de UWV-afwijzing was opgesteld. Het had dus niet op de voorgestelde manier aan het oorspronkelijke reorganisatiebesluit ten grondslag gelegen.
Een onderbouwing achteraf is niet automatisch waardeloos, maar moet wel als zodanig worden gepresenteerd en behoorlijk worden toegelicht. Hier hielp de gang van zaken niet om de zorgvuldigheid van het reorganisatievoornemen aan te tonen. De rechter kon de benodigde samenhang tussen programmawijziging, doelmatige bedrijfsvoering en vervallen arbeidsplaats onvoldoende vaststellen.
Dat is een praktisch relevante vorm van dossieronderzoek. De vraag is niet alleen wat een document beweert, maar ook wanneer het is gemaakt, waarvoor het destijds is gebruikt en of het daadwerkelijk de beslissing verklaart die nu ter beoordeling staat. Chronologie kan daarmee even belangrijk zijn als de inhoud van een beleidsnotitie.
Een subsidieloos jaar was nog geen vaststaand tekort
De financiële prognose liet vanaf 2028 een tekort van ongeveer één miljoen euro zien. Tegelijk stond voor dat jaar geen subsidie opgenomen, terwijl in eerdere jaren jaarlijks ongeveer € 978.000 was ontvangen of voorzien. Aanvragen voor de toekomst liepen nog. Volgens de rechter was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het wegvallen van die inkomsten al als vaststaand mocht worden behandeld.
Ook verschilden twee versies van een begroting bijna € 2,7 miljoen in de beginstand van de kas. De verklaring dat een reorganisatievoorziening was aangepast bood onvoldoende inzicht in de oorspronkelijke berekening en de gevolgen van de correctie. Een groot verschil vraagt om een controleerbare aansluiting, niet alleen een nieuwe versie.
De rechter verlangde daarmee geen garantie dat iedere subsidie zou terugkomen. Het probleem was dat de werkgever onzekerheden als nadelige zekerheid presenteerde zonder voldoende toelichting. Wie toekomstig banenverlies verdedigt, moet inzichtelijk maken welke aannames vaststaan en welke nog afhankelijk zijn van lopende ontwikkelingen.
De verdwenen pagina veranderde het beeld van de reserves
In het overgelegde jaarverslag ontbrak pagina 34. De werknemer bracht de relevante informatie wel naar voren: de liquiditeit bleef ruim boven sectornormen en er was een mogelijk bovenmatig eigen vermogen van ruim € 4,6 miljoen. De werkgever had die reserves niet in zijn verzoek besproken.
Daarnaast ontbrak een jaarlijks niet-operationeel resultaat van ongeveer € 400.000 in de onderbouwing. Dat hoeft een reorganisatie niet per definitie overbodig te maken. Ook een financieel gezonde instelling kan legitieme redenen hebben om te veranderen. Maar zulke relevante gegevens kunnen niet zonder uitleg buiten de beoordeling worden gehouden terwijl financiële noodzaak wordt aangevoerd.
Daarmee gaat deze zaak verder dan het corrigeren van een rekenfout. De werknemer liet zien welke keuzes in de presentatie van de cijfers het verhaal bepaalden. Het ging om vergelijkbare perioden, volledige tellingen, reserveposities en terugkerende opbrengsten. Dat maakte de bedrijfseconomische noodzaak toetsbaar.
Kosten voor het uitzoeken kregen een eigen plaats
De rechter wees de ontbinding af. De voorwaardelijke verzoeken om vergoedingen bij ontslag, waaronder de gevraagde billijke vergoeding van € 325.000, werden daardoor niet behandeld. Dat bedrag is dus niet toegewezen. De arbeidsovereenkomst werd in deze procedure juist niet beëindigd.
Wel kende de rechter € 8.211,06 aan buitengerechtelijke kosten toe. De werknemer had volgens de beschikking extra tijd en juridische bijstand nodig gehad om onvolledigheden en onjuistheden bloot te leggen. De opgevoerde 37,3 uur en tarieven werden niet weersproken en redelijk geacht. Dit betrof de buitengerechtelijke fase, geen algehele vergoeding van iedere advocaatfactuur.
Daarnaast werd het gebruikelijke salaris voor de proceskosten met factor anderhalf verhoogd. Het totaal aan proceskosten kwam op € 1.875. De rechter verbond zo concrete gevolgen aan de extra belasting die de informatievoorziening had veroorzaakt, zonder alle kostenposten op één hoop te gooien.
Beleidsvrijheid houdt een controleerbaar dossier nodig
Quists cliënt bereikte behoud van de arbeidsovereenkomst in deze procedure en vergoeding van wezenlijke controlekosten. Een eventuele latere procedure of betaling blijkt niet uit deze beschikking. Evenmin volgt eruit dat de instelling nooit meer mag reorganiseren.
De kracht van het verweer is dat het de beleidsvrijheid niet hoefde te ontkennen. Het dwong de werkgever te laten zien waarop de noodzaak werkelijk rustte. Een ontbrekende pagina, een verkeerd totaal en een begrotingsaanname werden zo juridische hoofdpunten. Dat is precies waar zorgvuldige bijstand het verschil kan maken: niet tegenover verandering als zodanig, maar tegenover een ontslaggrond die de eigen bronnen niet kan dragen.
Bronnen en verantwoording
Gebaseerd op Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29 september 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:9396. Kantoorbron: Wolf Legal. Procesbijdrage volgt uit de beschreven verweren en producties; inhoudelijke medewerking of goedkeuring van de advocaat is niet verondersteld.
Bronnen
Een redactionele bespreking van Arbeidsrecht in Nederland. Over onze redactie en werkwijze →