Rechtspraak Redactionele analyse
Een aanzegbrief in het HR-portaal was nog niet bij de werknemer aangekomen
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Uitspraakdatum
- 18 september 2026
- Vindplaats
- ECLI:NL:RBROT:2026:12256 ↗
Een werkgever kan een brief in een digitaal personeelsportaal zetten en toch niet aantonen dat een werknemer tijdig is aangezegd. Dat laat een Rotterdamse beschikking van 18 september 2026 zien. Het ontbreken zat niet in het digitale karakter van de brief, maar in de onderbouwing van de ontvangst. Welke melding kreeg de werknemer, hoe werd die verzonden en wat stond erin? Op die vragen kwam geen voldoende concreet antwoord.
Mr. I. Atay vertegenwoordigde de werknemer. De aanzegvergoeding van € 2.603,81 werd toegewezen. Dat was geen volledige overwinning: andere werknemersverzoeken werden afgewezen en er bleef een terugbetalingsplicht voor te veel opgenomen verlof over. Juist door die uitkomst niet glad te strijken, wordt duidelijk welk punt de verdediging wél succesvol blootlegde: geregistreerd in een systeem is niet hetzelfde als ontvangen door de wederpartij.
De werkgever moest meer aantonen dan de datum op de brief
De tijdelijke arbeidsovereenkomst eindigde op 2 maart 2026. Uiterlijk een maand daarvoor moest de werknemer schriftelijk weten of de werkgever wilde doorgaan. De werkgever wees op een brief van 28 januari. De werknemer betwistte die te hebben ontvangen.
Dat bracht de ontvangstleer van artikel 3:37 lid 3 BW in beeld. Een verklaring moet de geadresseerde in beginsel hebben bereikt. Als dat niet zo is, kan zij onder omstandigheden toch werking hebben wanneer het niet bereiken voor rekening van de ontvanger komt. Maar ook daarvoor moet een concrete grond worden gesteld.
De werkgever had vóór de procedure geschreven dat de brief was geregistreerd en verstuurd. Pas tijdens de zitting werd duidelijk dat geen gewone post was verzonden: het document was in AFAS geplaatst. Die toelichting veranderde de bewijsvraag. Niet de aanwezigheid van het document in de eigen administratie stond centraal, maar de route waarlangs de werknemer ervan kennis kon nemen.
Een niet getoonde pushmelding vulde het gat niet
Volgens de werkgever had de werknemer een bericht, e-mail of pushmelding gekregen. Het bericht zelf werd niet overgelegd. Ook werd niet voldoende uitgelegd via welk kanaal het was aangekomen of wat er precies in stond. Daarmee bleef onduidelijk hoe de werknemer had moeten weten dat hij in het portaal moest kijken.
De kantonrechter vond de stellingen onvoldoende onderbouwd. Er volgde daarom geen bewijsopdracht. Dat is een belangrijk procesrechtelijk onderscheid: een rechter hoeft niet aan bewijslevering toe te komen als nog onvoldoende concrete feiten zijn aangevoerd die, indien bewezen, de conclusie zouden kunnen dragen.
De uitspraak zegt niet dat een digitale aanzegging nooit geldig is. Een portaal kan een bruikbaar kanaal zijn. Maar de werkgever moet de stap van opslag naar bereik kunnen uitleggen. Een log van het plaatsen van een bestand kan iets anders aantonen dan een ontvangen notificatie met een begrijpelijke verwijzing naar dat bestand.
Een einddatum op de loonstrook was niet genoeg
De werkgever wees ook op de vermelding ‘uit dienst 02-03-2026’ op loonstroken. Volgens de rechter was dat enkele gegeven geen schriftelijke mededeling dat de arbeidsovereenkomst niet zou worden voortgezet. Een contract kan een einddatum hebben terwijl partijen nog steeds besluiten daarna met elkaar verder te gaan.
Dat verklaart het verschil tussen administratieve informatie en een aanzegging. De werknemer moet niet alleen kunnen zien wanneer het huidige contract eindigt, maar ook wat de werkgever over voortzetting heeft besloten. De wet verlangt daarvoor een mededeling, niet slechts een datum waaruit de werknemer dat zelf moet afleiden.
Een andere brief op de einddatum hielp evenmin om de eerdere termijn alsnog te halen. Zelfs als die brief inhoudelijk als aanzegging kon gelden, kwam zij te laat voor de verplichting die een maand eerder moest zijn nagekomen. Inhoud en timing bleven dus afzonderlijk noodzakelijk.
De vergoeding was één basissalaris, niet iedere looncomponent
Omdat een tijdige aanzegging onvoldoende was onderbouwd, kende de rechter één maandsalaris toe: € 2.603,81. De werknemer had geregeld ook een ‘booster’ ontvangen. De werkgever kwalificeerde die als prestatieafhankelijke bonus; dat werd niet betwist.
Zo’n bonus telt volgens de toepasselijke berekeningsregels niet mee voor de aanzegvergoeding. De enkele omstandigheid dat een betaling in veel maanden terugkomt, maakte haar in dit dossier niet alsnog onderdeel van de grondslag. Het gewonnen recht op een vergoeding verklaart dus nog niet automatisch welke posten in de berekening thuishoren.
Ook de gevraagde buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen. Enkele korte mails waren volgens de rechter onvoldoende. Pogingen tijdens een al lopende procedure werden bovendien niet als buitengerechtelijke werkzaamheden behandeld. Dat onderdeel vormt een duidelijke beperking van het resultaat en hoort bij de financiële betekenis van de uitspraak.
Bij het verlofsaldo moest de werkgever óók rekenen
De werkgever wilde zelf € 1.566,21 terug wegens een negatief verlofsaldo van 91,75 uur. De werknemer bestreed de loonstrook waarop dat saldo stond. Daarmee moest de werkgever laten zien hoe het bedrag was opgebouwd.
Een deel kon wel worden onderbouwd: tegenover 190 uur aanspraak stonden 243,27 opgenomen uren. Dat gaf een tekort van 53,27 uur. Voor daarnaast genoemde flexuren ontbrak een concrete berekening. Ook de herkomst van nog eens 14,56 uur bleef onduidelijk. De enkele eindstand op de loonstrook was dus ook hier geen sluitende verklaring.
Op basis van de aantoonbare 53,27 uur en het overeengekomen uurloon van € 15,81 bleef € 842,20 voor rekening van de werknemer. De toepasselijke cao bood een basis voor verrekening en daarmee voor de terugvordering. Het ontbreken van eerdere waarschuwingen maakte die beperkte claim niet zonder meer onaanvaardbaar.
Een loonstrook kan informeren zonder het geschil te beslissen
Opvallend is dat de loonstrook aan beide kanten een rol speelde. Als enige grond voor de mededeling dat niet zou worden verlengd, was zij onvoldoende. Als aanwijzing dat de werknemer kon weten dat zijn verlofsaldo negatief was, kon zij wel betekenis hebben. Dat is niet tegenstrijdig: verschillende rechtsvragen verlangen verschillende informatie.
Ook hier ligt de waarde van een precieze procesvoering. Een administratief document kan een beginpunt zijn, maar niet ieder rechtsgevolg dat een partij eraan verbindt volgt uit dat document. Bij de aanzegging ontbreekt mogelijk de boodschap over voortzetting; bij een saldo ontbreken mogelijk de onderliggende uren.
De concrete winst en de concrete grens
Atays cliënt kreeg de aanzegvergoeding toegewezen en beperkte de tegenclaim tot het voldoende onderbouwde deel. Daartegenover stonden afgewezen nevenverzoeken en de verplichting € 842,20 terug te betalen. De werkgever werd in € 814 proceskosten veroordeeld. Betaling, verrekening in de praktijk en een eventueel hoger beroep zijn niet vastgesteld.
De betekenis van deze zaak zit daarom niet in een opgeblazen nettowinst, maar in de controleerbaarheid van digitale communicatie. Een systeem kan intern precies vastleggen wanneer iets is geregistreerd, terwijl voor de ontvanger nog steeds onduidelijk is dat er een besluit klaarstaat. Wie aan zo’n bericht rechtsgevolgen wil verbinden, moet die laatste stap kunnen aantonen.
Bronnen en verantwoording
Bron: Rechtbank Rotterdam, 18 september 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:12256. Kantoorbron: FYRM. Advocaten. De procesrol volgt uit de beschikking; medewerking of goedkeuring van de advocaat is niet verondersteld.
Bronnen
Een redactionele bespreking van Arbeidsrecht in Nederland. Over onze redactie en werkwijze →