Rechtspraak Redactionele analyse

Flexibele werktijden maakten overlappende overheidsopdrachten niet vrij

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
23 september 2026
Meer deelopties
WhatsAppLinkedInE-mail

Een ambtenaar mag nevenwerkzaamheden hebben. Dat betekent niet dat zij botsende werkafspraken voor twee gemeenten onbesproken kan laten. In een beschikking van 23 september 2026 hield de kantonrechter in Midden-Nederland een ontslag op staande voet in stand. De doorslag lag in de combinatie van niet gemelde nevenwerkzaamheden en concrete momenten waarop de medewerker elders werkte terwijl zij voor haar werkgever werd verwacht.

Mr. M.J. Hofste en mr. L.C.J. van Roekel stonden de overheidswerkgever bij. Hun cliënt verdedigde het ontslag met agendaoverzichten, verklaringen van de andere gemeente en de toepasselijke integriteitsregels. Dat dossier droeg de afwijzing van de gevraagde ontslagvergoedingen. De rechter volgde echter niet ieder verwijt: voor onduidelijke verlofregistratie had eerst een waarschuwing gepast. Juist dat onderscheid houdt de uitspraak scherp.

Geen absoluut verbod op een tweede opdracht

De werknemer was al langdurig in dienst als beleidsadviseur. Naast haar dienstverband van dertig uur verrichtte zij vanaf juli 2024 op zzp-basis werkzaamheden voor een andere gemeente. Die werkzaamheden waren niet gemeld. Volgens haar konden de extra uren naast de bestaande baan worden gedaan en bood de regeling voor plaats- en tijdonafhankelijk werken daarvoor ruimte.

De kantonrechter begon met de bijzondere positie van een ambtenaar. Ook na de omzetting naar een civiele arbeidsovereenkomst bleef de Ambtenarenwet 2017 relevant. Goed werknemerschap werd aangevuld met eisen aan integriteit en betrouwbaarheid in overheidsdienst.

Daaruit volgde niet dat iedere nevenactiviteit altijd moest worden gemeld. De verplichting werd hier gekoppeld aan het risico dat de werkzaamheden een goede functievervulling in de weg zouden staan of dienstbelangen zouden raken. Dat risico moest concreet worden beoordeeld. Het artikel kan dus niet worden samengevat als ‘twee banen hebben is verboden’.

Het totale urenaantal verklaarde niet alles

Bij de start overstegen de beoogde werkzaamheden samen een gewone voltijdse omvang. Volgens de werknemer was veel werken voor haar geen probleem. De rechter wees erop dat het niet alleen om het totaal ging. Overleggen en afspraken bij beide gemeenten vonden binnen gebruikelijke kantooruren plaats.

Daarmee ontstond een botsingsrisico dat niet verdween doordat de werknemer bereid was ’s avonds door te werken. Wie tijdens hetzelfde middagoverleg op twee plekken wordt verwacht, kan dat niet achteraf oplossen met de mededeling in totaal voldoende uren te hebben gemaakt. Beschikbaarheid op afgesproken momenten en totale inzet zijn verschillende verplichtingen.

Dat is de bredere betekenis van deze zaak voor flexibel werk. Een ruim dagvenster maakt werknemers niet volledig vrij om te bepalen welke verplichting voorrang krijgt. De regeling verlangde nog steeds afstemming over werktijden en aanwezigheid bij werkoverleggen. Flexibiliteit werkte binnen de arbeidsafspraken, niet in plaats daarvan.

De agenda’s maakten het risico concreet

De werkgever legde overzichten uit een beperkte onderzoeksperiode over. Daarin stonden meerdere momenten waarop de werknemer tijd voor haar eigen werkgever had gereserveerd terwijl zij fysiek of digitaal aan een overleg voor de andere gemeente deelnam. Sommige afspraken waren in de ene agenda niet zichtbaar voor de andere werkgever.

Daarnaast waren er concrete overleggen waarbij aanwezigheid werd verwacht, maar de werknemer elders bleek te werken. Verklaringen van de andere gemeente ondersteunden die tijdlijn. De verdediging hoefde daardoor niet uitsluitend te leunen op vermoedens over werkdruk of op het aantal gedeclareerde uren.

De werknemer gaf verschillende verklaringen: een reservering zou nog geen harde afspraak zijn, een overleg zou zijn verplaatst of verlof zou later zijn verwerkt. De rechter vond die reacties onvoldoende om de gedocumenteerde overlap weg te nemen. Het probleem was mede dat de conflicterende verplichtingen niet open waren besproken.

Een verzoek om aanwezigheid gaf nogmaals aanleiding tot openheid

De beschikking bespreekt ook een middag waarop de werknemer een nieuwe collega zou inwerken. Toen zij wilde vertrekken, vroeg haar leidinggevende waarom, gelet op de lege agenda. De werknemer verwees naar nog af te werken taken, maar vertelde niet over afspraken voor de andere gemeente die middag.

De rechter zag daarin opnieuw een moment waarop openheid geboden was. Dat eerdere managers meer vrijheid boden, rechtvaardigde niet dat een nieuwe leidinggevende onvolledig werd geïnformeerd. Juist wanneer over aanwezigheid vragen ontstaan, moet een eerdere eigen afweging over de meldplicht opnieuw worden bekeken.

Het dossier maakte zo niet alleen een eenmaal vergeten melding zichtbaar, maar ook latere momenten waarop het risico zich daadwerkelijk voordeed. Dat onderscheid verklaart waarom de kwestie zwaarder woog dan een administratieve omissie bij de start van een bijbaan.

De rechter scheidde dragende gronden van zwakkere verwijten

De ontslagbrief noemde meerdere redenen. Voor de beslissing waren het niet melden van de werkzaamheden en het werken voor de andere gemeente tijdens verplichtingen bij de eigen werkgever voldoende zwaarwegend in samenhang. Niet alle overige verwijten hoefden daarna afzonderlijk te worden beoordeeld.

Over de registratie van verlof was de kantonrechter terughoudender. Achteraf boeken kwam binnen de organisatie vaker voor. Bij onduidelijkheid over die werkwijze had de werkgever eerst met een waarschuwing moeten volstaan. Het zou daarom onjuist zijn te schrijven dat ieder administratief detail uit de ontslagbrief door de rechter als dringende reden was aanvaard.

Die afbakening maakt de geslaagde verdediging niet kleiner. Zij laat juist zien waarom een zorgvuldig ontslagdossier meerdere feiten niet als een ongedifferentieerde lijst moet presenteren. Een zwakker verwijt hoeft de dragende combinatie niet onderuit te halen, maar mag achteraf ook niet als zelfstandig bewezen ontslaggrond worden opgevoerd.

Lang dienstverband leidde niet alsnog tot vergoeding

De werknemer wees op haar lange dienstverband en de ingrijpende gevolgen. De rechter woog persoonlijke omstandigheden mee, maar vond ze onvoldoende om de ernstige vertrouwensbreuk te rechtvaardigen. Daarbij speelde dat de zzp-opdracht nog inkomsten opleverde en later een nieuwe opdracht was gevonden.

De billijke vergoeding en vergoeding wegens onregelmatige opzegging werden afgewezen omdat het ontslag rechtsgeldig was. Ook de transitievergoeding werd niet toegekend. Voor dat laatste volgde een afzonderlijke beoordeling van ernstige verwijtbaarheid; een geldig ontslag op staande voet en het verlies van de transitievergoeding zijn juridisch niet zonder meer dezelfde conclusie.

Ook een beroep op de uitzonderingsregel van redelijkheid en billijkheid slaagde niet. Een lang dienstverband kan relevant zijn, maar hier ging het volgens de rechter niet om een relatief kleine misstap. De wettelijke uitzondering was bovendien niet concreet genoeg onderbouwd.

De procesbijdrage was een controleerbare reconstructie

Hofste en Van Roekel bereikten voor hun cliënt afwijzing van de vergoedingsverzoeken en een proceskostenveroordeling. Uit de beschikking blijkt niet welke advocaat welk afzonderlijk stuk heeft opgesteld; de bijdrage wordt daarom als teamprestatie beschreven. Een eventueel hoger beroep of de feitelijke afwikkeling is niet vastgesteld.

De juridische les is geen oproep tot een totaalverbod op nevenwerk. Zij is dat vrijheid en openheid bij overheidsfuncties samen moeten worden beoordeeld. Het dossier werd overtuigend doordat de werkgever niet bij een integriteitslabel bleef, maar de overlap tussen concrete afspraken en de ontbrekende informatie inzichtelijk maakte.

Bronnen en verantwoording

Bron: Rechtbank Midden-Nederland, 23 september 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:6633, vooral 3.15–3.35. Kantoorbron: Vijverberg Advocaten & Adviseurs. Geen medewerking of goedkeuring van de advocaten verondersteld.

Bij deze analyse

Bronnen

  1. Eigen kantoorprofiel van M.J. Hofste ↗
  2. Rechtbank Midden-Nederland · 2026-09-23 · ECLI:NL:RBMNE:2026:6633 ↗

Verder lezen

Een redactionele bespreking van Arbeidsrecht in Nederland. Over onze redactie en werkwijze →