Rechtspraak Redactionele analyse

Twintig uur in het contract, veertig uur bewezen bij het hof

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Uitspraakdatum
15 september 2026
Meer deelopties
WhatsAppLinkedInE-mail

Een schriftelijk contract noemde twintig uur per week. De werknemer stelde veertig uur te hebben gewerkt, met een deel van het loon per bank en een deel contant. Het gerechtshof Den Haag hield op 15 september 2026 haar eerdere loonvordering overeind nadat meerdere getuigen waren gehoord. De dagelijkse werkelijkheid bleek niet met de schriftelijke arbeidsduur te kunnen worden afgedaan.

Mr. G.A.H. Wiekamp stond de werknemer bij tegenover NewBahar International. Haar cliënt had in eerste aanleg gewonnen nadat de werkgever geweigerd had contactgegevens van getuigen te verstrekken. In hoger beroep werden getuigen alsnog gehoord. De uitkomst bleef hetzelfde, maar kreeg daarmee een aanvullende inhoudelijke basis: het hof vond de veertigurige werkweek daadwerkelijk bewezen.

Tijdens ziekte kwam het verschil in loon boven water

De werknemer was op basis van een tijdelijk contract als administratief medewerkster begonnen. Het contract vermeldde twintig uur en een functieaanduiding die niet overeenkwam met het werk. Zij stelde dat haar uren al in de eerste maand waren uitgebreid nadat kinderopvang was geregeld.

Volgens haar ontving zij € 1.234 netto per maand per bank en daarnaast € 1.666 contant voor de andere twintig uur. Samen was dat € 2.900 netto. De werkgever ontkende dat meer dan twintig uur was gewerkt. Toen tijdens ziekte loon uitbleef, werd de omvang van de werkweek daarom direct een vraag over inkomensbescherming.

De toepasselijke cao voorzag gedurende de eerste 26 ziekteweken in doorbetaling van het volledige salaris. Als veertig uur de werkelijke omvang was, kon de werkgever de betaling niet eenvoudig beperken tot het deel dat in de bankadministratie en het contract zichtbaar was.

Een eerste schikking liet het hoofdgeschil open

In een eerder kort geding spraken partijen betaling af op basis van het lagere maandbedrag. Uitdrukkelijk bleef het standpunt van de werknemer over haar hogere werkelijke salaris behouden. De bodem van het geschil was daarmee niet weggeschikt: de verzoekschriftprocedure over de hogere aanspraak liep door.

Dat is een belangrijk detail. Een werknemer die dringend geld nodig heeft, kan een gedeeltelijke betaling accepteren zonder daarmee noodzakelijk het hogere recht prijs te geven. Daarvoor moet wel duidelijk zijn wat partijen met de regeling wel en niet afsluiten. In deze zaak was dat voorbehoud in de vaststellingsovereenkomst opgenomen.

Het voorkomt ook een verkeerde samenvatting van de latere overwinning. Het ging niet om dubbel loon bovenop een volledig betaalde aanspraak, maar om het vaststellen van de juiste grondslag waarover tijdens ziekte moest worden afgerekend.

De getuigen kwamen er in hoger beroep alsnog

In eerste aanleg had de werkgever een bevel om contactgegevens van getuigen te verstrekken niet opgevolgd. De kantonrechter verbond daaraan een voor de werkgever nadelig gevolg en wees de loonvordering toe zonder verdere bewijslevering.

De werkgever bood in hoger beroep alsnog getuigen aan en verstrekte gegevens. De werknemer maakte daar bezwaar tegen, maar het hof hoefde die discussie uiteindelijk niet te beslissen. Na het horen van de getuigen vond het haar bewijs geleverd. Zij had daardoor geen belang meer bij een beslissing over haar bezwaar of een andere verdeling van de bewijslast.

Dat onderscheid is wezenlijk voor de procesprestatie. Het resultaat rust in hoger beroep niet uitsluitend op een sanctie voor het eerdere gedrag van de werkgever. De werknemerspositie bleef ook overeind nadat het inhoudelijke bewijs alsnog was onderzocht. Een bestaande overwinning verdedigen vroeg daarmee opnieuw werk aan het feitencomplex.

Het dagelijkse ritme maakte de werkweek concreet

De werknemer beschreef hoe zij op kantoor werkte, welke werkzaamheden zij aan het einde van de dag deed en hoe de contante betalingen verliepen. Haar voormalige partner verklaarde gedetailleerd over het brengen en halen van hun kind en de afspraken met de grootouders die opvang verzorgden.

Zo’n verklaring zegt niet rechtstreeks hoeveel loon in een envelop zat. Zij kan wel de gestelde aanwezigheid tijdens volledige werkdagen ondersteunen. De bewijskracht ontstond in samenhang met de overige gegevens, niet doordat familiebanden een verklaring automatisch geloofwaardig of ongeloofwaardig maakten.

Het hof keek ook naar de verklaringen van andere medewerkers. Niet ieder getuigenverhaal gaf voldoende specifiek inzicht in het aantal gewerkte uren. Sommige losse waarnemingen vormden geen consistent totaalbeeld. Tegelijk pasten ze niet bij de stellige werkgeverslezing dat de werknemer alleen iedere ochtend van acht tot twaalf aanwezig was.

De administratie hielp de werkgever niet aan een sluitend verhaal

De directeur beriep zich op een werkweek van twintig uur, maar kon verschillende onjuistheden in de administratie niet verklaren. Een deugdelijk urenregistratiesysteem ontbrak. Ook de afwijkende functiebenaming en de verhouding tussen het genoemde bruto salaris en de netto bankbetaling riepen vragen op.

Dat alles maakte niet automatisch iedere werknemersstelling waar. Het tastte wel de overtuigingskracht aan van een ontkenning die juist op die administratie zou moeten steunen. De werkgever kan een administratieve tekortkoming niet zonder meer als zekerheid over de feitelijke arbeidsduur presenteren.

Het hof vond ook een aantal aanvullende beschuldigingen over het gedrag van de werknemer onvoldoende overtuigend. Relevante stukken ontbraken en aangekondigde getuigen verschenen niet. Deze redactionele analyse herhaalt die persoonlijke beschuldigingen niet als feiten; relevant is hoe het hof hun onderbouwing en betekenis voor het bewijs beoordeelde.

Eén ontbrekende getuige bleef veelzeggend

De werknemer noemde een leidinggevende die opdrachten gaf en contante betalingen zou hebben gedaan. Andere getuigen bevestigden dat deze persoon op kantoor werkte. De werkgever stelde dat het slechts om vriendendiensten ging en dat adresgegevens ontbraken.

Tegelijk bleek uit een bericht van de advocaat van de werkgever dat de man wel bereikbaar en bereid zou zijn vrijwillig te verschijnen. Een verklaring waarom hij vervolgens niet werd gehoord, bleef uit. Het hof rekende die gang van zaken mee bij de waardering van de werkgeversverklaring.

Dat is geen algemene regel dat een niet verschenen getuige alles voor de tegenpartij bewijst. Hier ging het om een specifiek persoon die volgens meerdere betrokkenen een centrale rol had en die de werkgever kennelijk kon bereiken. De afwezigheid werd beoordeeld binnen het totale dossier.

De inhoudelijke overwinning bleef overeind

Het hof oordeelde dat veertig uur was bewezen. Dat daarbij € 2.900 netto per maand hoorde, stond als gevolg van de afbakening van het debat niet meer ter discussie. De eerdere loonbeslissing werd bekrachtigd en NewBahar moest € 4.566 aan appelkosten betalen.

De beschikking is geen fiscale goedkeuring van contante loonbetalingen. Ook kan niet uit deze publicatie worden afgeleid dat alle toegewezen bedragen inmiddels zijn ontvangen of dat geen cassatie volgt. Het gaat om de arbeidsrechtelijke aanspraak zoals deze na getuigenverhoren is beoordeeld.

Wiekamps cliënt behield zo een belangrijke bescherming tijdens ziekte. De kracht van de verdediging zat in het zichtbaar maken van werk dat het contract en de bankbetaling slechts gedeeltelijk weerspiegelden. Niet de papieren helft, maar de bewezen werkelijke omvang bepaalde het loon waarop zij recht had.

Bronnen en verantwoording

Bron: Gerechtshof Den Haag, 15 september 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2830, vooral 6.1–6.10. Kantoorbron: WP Advocaten. Geen medewerking of beoordeling van dit artikel door de advocaat verondersteld.

Bij deze analyse

Bronnen

  1. Eigen kantoorprofiel van G.A.H. Wiekamp ↗
  2. Gerechtshof Den Haag · 2026-09-15 · ECLI:NL:GHDHA:2026:2830 ↗

Verder lezen

Een redactionele bespreking van Arbeidsrecht in Nederland. Over onze redactie en werkwijze →