Rechtspraak Redactionele analyse
Na vijfendertig jaar dienst bleef niet iedere herstelroute open
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Uitspraakdatum
- 11 september 2026
- Vindplaats
- ECLI:NL:RBNHO:2026:12033 ↗
Een lang dienstverband maakt beëindiging ingrijpend, maar bewijst niet dat een vastgelopen samenwerking nog kan worden hersteld. De kantonrechter in Noord-Holland ontbond op 11 september 2026 de arbeidsovereenkomst van een UWV-medewerker na ongeveer vijfendertig jaar dienst. De rechter vond een ernstig en duurzaam verstoorde verhouding aanwezig, zowel binnen het team als met leiding en HR. De gevraagde billijke vergoeding van ruim € 682.000 werd afgewezen.
Mr. C. Nekeman en mr. J. Dietz vertegenwoordigden UWV als werkgever. Het dossier is bijzonder omdat ook een ongunstig deskundigenoordeel over re-integratie op tafel lag. Dat verdween niet uit de beoordeling, maar werd onderscheiden van de vraag of herstel van deze arbeidsverhouding nog mogelijk was. Die verschillende toetsen verklaren de uitkomst beter dan een eenvoudige tegenstelling tussen een loyale werknemer en een strenge werkgever.
De verstoring was breder dan één botsing
De werknemer werkte in een klein buitendienstteam dat onder meer werknemers na faillissementen voorlichtte. Uit de beschikking blijkt een langere voorgeschiedenis van spanningen en eerdere bemiddeling. Vier directe collega’s legden afzonderlijke verklaringen af over de samenwerking. De rechter vond daarin een consistent beeld van een onwerkbaar geworden situatie.
De werknemer herkende zich niet in die verklaringen en vond dat zijn eigen aandeel eenzijdig werd beoordeeld. De rechter onderzocht de verklaringen naast de stukken en wat ter zitting was besproken. Het oordeel berustte daarmee niet alleen op het aantal klagende collega’s, maar ook op de inhoud, samenhang en duur van de beschreven problemen.
Voor een bespreking van de advocaatprestatie hoeft niet ieder persoonlijk verwijt opnieuw breed te worden uitgemeten. Relevant is dat het werkgeversdossier de ernst en duurzaamheid van de verstoring voldoende concreet maakte. De afzonderlijke ervaringen werden aan het juridische criterium verbonden in plaats van alleen als onvrede over één incident te worden gepresenteerd.
Samenwerkingsproblemen waren niet automatisch disfunctioneren
De werknemer voerde aan dat communicatie en samenwerken functiecompetenties zijn. Volgens hem ging het in werkelijkheid om disfunctioneren, waarvoor eerst een behoorlijk verbetertraject nodig was. De kantonrechter volgde die kwalificatie niet.
Samenwerken komt in vrijwel iedere functie voor. Dat een probleem met samenwerking verband houdt met gedrag of communicatie, betekent nog niet dat uitsluitend de ontslaggrond disfunctioneren beschikbaar is. Hier ging het volgens de rechter om een duurzaam vastgelopen arbeidsrelatie met verschillende betrokkenen en een langere voorgeschiedenis.
Dat is geen manier om via een ander etiket ieder ontbrekend verbetertraject te passeren. De concrete grond moet zelfstandig worden onderbouwd. In dit dossier vond de rechter de g-grond voldragen. Daardoor hoefden de subsidiair aangevoerde verwijtbaarheidsgrond en combinatiegrond niet meer te worden beoordeeld.
Mediation kon niet door de werkgever worden afgedwongen
Er waren individuele gesprekken met een mediator gevoerd. De voorgestelde gezamenlijke bemiddeling ging vervolgens niet door omdat de overige teamleden niet wilden deelnemen. De werknemer wilde dat wel en vond dat UWV meer had moeten doen om het traject mogelijk te maken.
De rechter wees op vrijwilligheid als wezenlijk onderdeel van mediation. In deze concrete situatie kon UWV de collega’s niet dwingen en had het volgens de beschikking voldoende gestimuleerd. Het mislukken van de groepsmediation werd daarom niet zonder meer aan de werkgever toegerekend.
Ook dit oordeel is begrensd. Het betekent niet dat één afwijzend antwoord van collega’s altijd voldoende is om verdere herstelpogingen te stoppen. Hier waren meerdere gesprekken en bemiddelingspogingen gedaan, waarna de kwestie binnen management en HR was opgeschaald. Het was die hele geschiedenis die de conclusie van uitgeputte mogelijkheden droeg.
Opschalen was onderdeel van het dossier
De verstoring speelde niet alleen horizontaal tussen collega’s. Ook met de leidinggevende en de eerst betrokken HR-functionaris waren botsingen ontstaan. Daarom gingen een hoger geplaatste manager en het hoofd HR verder met afzonderlijke gesprekken. Daarna volgde nog een periode waarin gemachtigden oplossingen verkenden.
De rechter begreep de teleurstelling van de werknemer, mede gezien zijn diensttijd. Maar een langdurige impasse moest op enig moment worden doorbroken. Het dossier liet volgens de beschikking zien dat niet van meet af aan alleen op een vertrekregeling was aangestuurd. Gespreksverslagen ondersteunden dat verschillende opties waren besproken.
Nekeman en Dietz brachten die voorgeschiedenis namens UWV in de procedure naar voren. Uit het vonnis kan niet worden afgeleid wie iedere interne stap had ontworpen of begeleid. De procesbijdrage wordt daarom als de gezamenlijke juridische onderbouwing van het verzoek beschreven, zonder een persoonlijke rol achter elk gesprek te verzinnen.
Het ongunstige re-integratieoordeel bleef staan
UWV had als uitvoeringsinstantie een deskundigenoordeel gegeven over de re-integratie-inspanningen van UWV als werkgever. Dat oordeel was ongunstig. Er was onder meer onvoldoende naar mogelijkheden buiten de eigen afdeling en het district gekeken. De kantonrechter vermeldde dat expliciet.
Daarmee was de ontbindingsvraag niet automatisch beslist. De rechter onderscheidde inspanningen rond arbeidsongeschiktheid en re-integratie van de stappen om de verstoorde verhouding op te lossen. Bij herplaatsing keek hij ook naar de bereidheid om inhoudelijk over een andere functie te praten. De werknemer bleef vasthouden aan terugkeer naar zijn eigen, door hem zeer gewaardeerde functie.
Volgens de rechter had hij gesprekken over alternatieven afgehouden. Tegen die achtergrond werden de werkgeversinspanningen voor herplaatsing voldoende geacht; de brede verstoring maakte een nieuwe plek bovendien minder voor de hand liggend. De uitspraak bevat dus geen algemene regel dat een negatief deskundigenoordeel irrelevant is. Zij laat zien dat verschillende wettelijke beoordelingen niet zonder meer samenvallen.
Geen billijke vergoeding, wel de transitievergoeding
De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 november 2026. De werknemer hield recht op € 62.537,19 bruto transitievergoeding. De gevraagde billijke vergoeding van € 682.859,07 werd niet toegekend. Die vergoeding vereist ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever dat tot het einde heeft geleid.
De werknemer stelde dat UWV een verborgen agenda had en tijdens arbeidsongeschiktheid op vertrek aanstuurde. De rechter vond dat onvoldoende onderbouwd. Hij wees daarnaast op de ruimte voor een vertrouwenspersoon, het vooraf raadplegen van de bedrijfsarts over gesprekken en de tijd die was gegeven voor reflectie en juridisch advies.
De rechter verklaarde het werkgeversdossier daarmee niet op ieder onderdeel perfect. Het negatieve re-integratieoordeel was juist zichtbaar gebleven. Het ging om de hogere drempel van ernstige verwijtbaarheid. Die werd in de totale omstandigheden niet gehaald. Iedere partij moest de eigen proceskosten dragen.
Een lang dienstverband vroeg om uitleg, niet om een gegarandeerde uitkomst
Voor UWV en zijn advocaten lag het concrete resultaat in de toegewezen ontbinding zonder billijke vergoeding. Dat was niet een einde zonder kosten of een rechterlijk oordeel dat de werknemer geen verdiensten had. Het aanzienlijke wettelijke bedrag aan transitievergoeding bleef verschuldigd en de duur van het dienstverband kreeg in de beoordeling aandacht.
De betekenis van deze beschikking is beperkt tot het beoordeelde dossier; zij maakt een negatief re-integratieoordeel niet algemeen onbelangrijk. De juridische meerwaarde zit in het uit elkaar houden van toetsen. Een moeizame re-integratie, een niet geslaagde mediation en een herplaatsingsgesprek zijn geen uitwisselbare feiten. Hun betekenis hangt af van de vraag die moet worden beantwoord. De rechter vond de arbeidsrelatie uitgeput zonder daarmee alle overige werkgeversverplichtingen achteraf als voorbeeldig aan te merken. Betaling en een eventuele vervolgprocedure zijn niet vastgesteld.
Bronnen en verantwoording
Bron: Rechtbank Noord-Holland, 11 september 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:12033, vooral 4.3–4.20. Kantoorprofiel: Chris Nekeman bij Kennedy Van der Laan. De bron noemt tevens mr. J. Dietz. Geen medewerking of goedkeuring van de advocaten verondersteld.
Bronnen
Een redactionele bespreking van Arbeidsrecht in Nederland. Over onze redactie en werkwijze →