Rechtspraak Redactionele analyse

Het oude ING-contract werkte door tot de ontslagvergoeding bij CBRE

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
16 september 2026
Meer deelopties
WhatsAppLinkedInE-mail

Acht jaar na de uitbesteding van facilitaire diensten eindigde het dienstverband bij CBRE. Daarmee was de verwijzing naar de ING-cao in het oude contract nog niet uitgewerkt. De kantonrechter oordeelde op 16 september 2026 dat de werkneemster aanspraak hield op het ING Sociaal Plan 2025–2027. Zij kreeg €42.857,39 bruto aanvullend toegewezen. Femke Luijkx stond haar bij.

De kracht van deze zaak zit in twee opeenvolgende stappen. Eerst moest de juridische verbinding tussen het oude contract en het nieuwe sociale plan worden behouden. Daarna moest nauwkeurig worden berekend wat dat voor deze werkneemster opleverde. Alleen ‘de oude cao geldt nog’ zeggen, was daarvoor niet voldoende. Rechtbank Midden-Nederland, ECLI:NL:RBMNE:2026:6611.

Een uitbesteding in 2018, een ontslag in 2026

De werkneemster was sinds 1984 in dienst bij een rechtsvoorganger van ING. In maart 2018 werden de facilitaire diensten uitbesteed aan CBRE. Zij bleef werken tot de sluiting van het betrokken ING-pand; haar dienstverband met CBRE eindigde in februari 2026.

In een tussenbeschikking van 17 juli 2026 had de kantonrechter al geoordeeld dat sprake was van overgang van onderneming en een dynamisch incorporatiebeding. Vervolgens kregen partijen gelegenheid zich nader uit te laten en de vergoeding volgens het sociale plan te berekenen. De werkneemster bracht aanvullende stukken in en wijzigde haar verzoek.

Dat procesverloop maakt duidelijk waarom de uiteindelijke beschikking meer is dan een standaardberekening. De juridische grondslag en de financiële uitwerking werden afzonderlijk onderzocht. Luijkx trad op voor de werkneemster in dit traject. De openbare uitspraak onderbouwt die rol, zonder dat iedere rechterlijke redenering daarmee als haar eigen vondst mag worden gepresenteerd.

De verwijzing bleef meebewegen

Het contract verwees naar de ING-cao en naar personeelsregelingen, inclusief wijzigingen en later toegevoegde regelingen. Zo'n dynamische verwijzing kan ook na overgang van onderneming betekenis houden totdat een rechtsgeldige wijziging wordt bewerkstelligd.

Dat ING en CBRE bij de overgang een arbeidsvoorwaardenprotocol hadden opgesteld, maakte het dynamische karakter volgens de kantonrechter niet ongedaan. Afstand van beschermde rechten kan niet eenvoudig worden aangenomen omdat een overgang plaatsvindt. Na de overgang waren aan deze werkneemster geen voorstellen voor een andere regeling gedaan.

Hier zit de eerste praktische les. Een overname is een moment op de tijdlijn, geen vanzelfsprekende einddatum voor iedere verwijzing naar voorwaarden van de oude werkgever. Een werkgever die later een andere regeling wil laten gelden, moet onderzoeken hoe die verandering juridisch tot stand komt. Alleen een nieuw eigen sociaal plan opstellen lost dat niet noodzakelijk op.

Niet alles op het intranet werd onderdeel van het contract

De kantonrechter volgde de werkneemster niet in iedere mogelijke route. Het enkele feit dat het sociale plan op het ING-intranet stond, was onvoldoende. De verwijzing naar het intranet maakte niet iedere daar gepubliceerde tekst tot arbeidsvoorwaarde.

De vraag verschoof daarom naar de verhouding tussen cao en sociaal plan. In eerdere cao's stond expliciet dat het sociale plan onderdeel van de cao was. Die formulering ontbrak in de cao van 2025, maar een andere bepaling over reorganisaties verwees nog steeds naar de maatregelen in het met de vakorganisaties overeengekomen sociale plan.

De rechter las de opeenvolgende cao's en plannen in samenhang. De sociale plannen volgden elkaar doorlopend op en waren als cao aangemeld. Als partijen de reikwijdte wezenlijk hadden willen veranderen, had een duidelijkere aanpassing voor de hand gelegen. Het schrappen van één zin droeg die verstrekkende conclusie hier niet. De twee mogelijke verbindingsroutes, §3.2–3.7.

Twee rekendelen met verschillende peildata

Vervolgens moest het bedrag worden vastgesteld. Het sociale plan kende een gefixeerde vergoeding voor dienstjaren tot eind 2017 en daarnaast een vergoeding voor de periode vanaf 2018. Dat tweede deel gold volgens de tekst ook voor werknemers die al vóór 2018 in dienst waren.

Voor het eerste deel werd gerekend met het salaris van december 2017 en gewogen dienstjaren op de toenmalige peildatum. Voor het latere deel keek de rechter naar de daaropvolgende diensttijd en het salaris rond het ontslag. Een oude peildatum voor een gefixeerd onderdeel betekende dus niet dat ook alle latere opbouw en ieder later salaris buiten beeld bleef.

Dit onderscheid is inhoudelijk belangrijker dan alleen het eindbedrag noemen. Wie één datum over de hele formule heen legt, kan een wezenlijk deel van de regeling laten verdwijnen. De toepasselijkheid van het plan en de juiste lezing van de formule zijn aparte onderdelen van een zorgvuldig vergoedingsverzoek.

De rechter corrigeerde ook de werknemersberekening

De werkneemster ging voor het gefixeerde deel uit van 41 gewogen dienstjaren. De kantonrechter kwam op 39. De afrondingsregel telde een periode van langer dan zes maanden als een vol jaar; precies zes maanden was niet hetzelfde als langer dan zes maanden.

Daarmee wordt de uitkomst geloofwaardiger dan een verhaal waarin iedere stelling van de winnende partij volledig is overgenomen. De rechtsgrond slaagde, maar de berekening bleef aan controle onderworpen. Die controle werkte op dit onderdeel in het nadeel van de werkneemster.

De twee delen kwamen volgens de berekening van de rechtbank samen uit op €82.898,75 bruto. Daarop werd €40.041,36 bruto die zij al had ontvangen, in mindering gebracht. Het dictum kent daarom €42.857,39 bruto aanvullend toe, met wettelijke rente. In een tussenkop van de beschikking staat een afwijkend bedrag; voor het toegewezen resultaat volgen wij de uitgewerkte rekensom en de beslissing.

Een aanvullende aanspraak is geen tweede volledige vergoeding

Het woord ‘aanvullend’ is hier essentieel. Het toegekende bedrag kwam boven op wat al was ontvangen, maar dezelfde ontvangen vergoeding werd niet nogmaals volledig toegewezen. Zonder die aftrek zou het resultaat onjuist worden voorgesteld.

Ook de gevraagde vergoeding op grond van goed werkgeverschap hoefde niet meer te worden behandeld, omdat het primaire verzoek slaagde. De werkelijk gemaakte proceskosten werden niet toegewezen: voor zo'n uitzondering zag de kantonrechter onvoldoende grond. Wel volgde de gebruikelijke proceskostenveroordeling.

De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad. Daaruit volgt niet dat het aanvullende bedrag inmiddels is betaald of dat geen rechtsmiddel meer mogelijk is. Het resultaat is een rechterlijk vastgestelde aanspraak in deze concrete verhouding, geen algemene garantie voor iedere werknemer die ooit van ING naar een andere werkgever is overgegaan.

Waarom dit resultaat blijvende aandacht verdient

Luijkx' cliënt kreeg een aanspraak erkend die pas jaren na de overgang financieel doorslaggevend werd. De combinatie van contractuitleg, de verhouding tussen cao en sociaal plan en een gesplitste berekening maakte het verschil. Het oude arbeidsvoorwaardenpakket bleek geen afgesloten historisch document.

Voor de praktijk is de bruikbare gedachte dat bij ontslag na een bedrijfsovername twee dossiers naast elkaar moeten liggen: het dossier van de beëindiging en dat van de overgegane afspraken. Deze zaak laat zien wat verloren kan gaan als alleen het actuele beleid van de nieuwe werkgever wordt gelezen. Juist de samenhang met oudere rechten kan een concreet en aanzienlijk verschil opleveren.

Bronnen: volledige beschikking van 16 september 2026 en eigen kantoorprofiel Femke Luijkx. De procesgang van juli is weergegeven zoals de eindbeschikking die beschrijft. Geen bijdrage of goedkeuring van dit concept verondersteld.

Bij deze analyse

Bronnen

  1. Eigen kantoorprofiel van Femke Luijkx ↗
  2. Rechtbank Midden-Nederland · 2026-09-16 · ECLI:NL:RBMNE:2026:6611 ↗

Verder lezen

Een redactionele bespreking van Arbeidsrecht in Nederland. Over onze redactie en werkwijze →